Café 't Strooienhuis

 

Wij over onszelf

8845216

Na die eeuwen is café 't Strooienhuis, even buiten Etten-Leur aan de Hoevenseweg, nog altijd een begrip in de wijde regio.

Het ligt er vanouds, daar aan die strategische kruising van de oude wegen tussen Etten-Leur en Hoeven en tussen de Hoge en de Lage Donk.

Een echt plattelandscafé voor boeren en buitenlui, sinds 1749. Tot uit Willebrord, Sprundel en Rucphen komen nog altijd de stamgasten. Dagelijks, want het café is alle dagen open vanaf halftwee, 's zondags zelfs vanaf een uur of negen voor de voetballers die het kortgeschoren eigen voetbalveld bespelen. Soms tot verbazing van de eigenaars zit het op een doordeweekse middag om vier uur ineens vol. Allemaal aan het bier, allemaal aan de klets, want het gaat om het mauwen, om de sterke verhalen.

't Strooienhuis is verbouwd, de officiële opening was, met de vaste gasten, op 20 augustus 2008. Dat is de geboortedag van moeder Cornelia.

Vooral de zaal heeft er een flink stuk bijgekregen, met een nieuwe bar, garderobe en toiletgroep, en is ontdaan van de meeste donkerbruine lambrizering.

Maar de stamgasten hoeven niet te schrikken, want aan de centrale caféruimte is geen spat veranderd. Eigenlijk al niet, sinds het café vanwege de drukke Hoeven- seweg in 1969 gesloopt is en wat verder naar achteren compleet herbouwd. Dat oude café, half boerenhuis, had toen allang geen strooien dak meer. De sfeer is ook nu ongewijzigd, en dat was ook de bedoeling van de twee generaties De Rooij/Eversdijk die het bierhuis drijven.

Sfeer? Een buitenstaander ziet die er niet aan af. Het interieur van de gelagkamer is net zo recht en oersimpel als de buitenkant. Geen tierelantijnen of versieringen, een korte tapkast, wat oude barkrukken, een enkele prent van stoere paarden. Biljart, rechte tafels en stoelen, sansevieria's voor de ramen. Een enkele tapkraan met Heineken, maar bijna alle klanten zuigen het bier rechtstreeks uit het flesje, en dat is ook altijd zo geweest. Scheelt weer glazen wassen.

Aan bruine gezelligheid doet 't Strooienhuis niet, die zit in de gasten zelf.

't Strooienhuis is ook sinds oude tijden een ontmoetingsplek geweest van de plattelands- (KPJ)-jeugd. Het Cloveniersgilde van Etten hield er zijn koningsschieten. In de zaal komen blaaskapel Simpelfonie, line-dance club, brigde club en zangkoor bij elkaar, en vaste gebruikers zoals KPJ Etten en Voetbalvereniging SVE/de Meeuwen.

"Wij zijn een van de oudste horecabedrijven in de gemeente en de regio, mogelijk het enige dat ononderbroken meer dan twee eeuwen heeft voortbestaan", zegt Dymphy Eversdijk-de Rooij trots. Zij runt met haar broer Piet het café, sinds 1991, toen hun vader Cornelis overleed. Opa De Rooy was er in 1951 ingestapt, met zijn vrouw Cornelia Antonissen. De familie De Rooij, afkomstig uit Sprundel, drijft het café sinds 1925. Eerder waren het de families Evers en (heel lang) Timmermans die het uitbaatten. Het café werd erbij gedaan, want de herbergiers waren ook (keuter)boer, veehandelaar, metselaarsknecht of bietenagent voor de CSM. Sinds kort staat zoon Carlo – na een horecaopleiding aan de Rooi Pannen – ook achter de tap en dochter Carola, nu nog op de KSE, wil later ook het vak in.

De naam van het café zou slaan op een met strodak gedekte hut die er stond in de Oostenrijkse successie-oorlog in 1740/1748, voor dorstige soldaten. West-Brabant was toen lang strijdtoneel tussen Frankrijk en de Nederlanden; in 1747 werd na een zware strijd Bergen op Zoom veroverd. De regio had veel te verduren van de troepen, het hoofdkwartier van een van de legers was een tijd in Oudenbosch gevestigd. De plek, op de hoek van de Hoeven- seweg en de Lage Donk, was perfect voor een herberg en uitspanning. Net zoals nu was er ruim plaats voor de boeren en vrachtrijders die naar Etten, Breda of Oudenbosch moesten. Uit de put kwam prima drinkwater voor de paarden.

Nadat de zandweg (in 1861) met grind verhard werd, kwam een van de tolposten bij 't Strooienhuis. In 1890 was het dan ook vanzelfsprekend dat er bij het drukke maar simpele café een halte kwam van de stoomtramlijn van Breda naar Oudenbosch. En een belangrijke los- en laadplaats met weegbrug voor vrachtvervoer, voornamelijk van suikerbieten en pulp. Op het vorige pand stond dan ook 'Station Strooienhuis'. Het was een centraal trefpunt voor bewoners uit de verre omgeving.

Bij de bushalte aan de straat zijn nog steeds de kinderkopjes te zien die rondom de weegbrug lagen. Binnen hangt, achter de toog, een schilderij van het café uit de jaren vijftig, met links het oude weegkotje.

Dymphy, geboren en getogen boven het café: "De sfeer van ons café is vooral de vrijheid. Goed bereikbaar, concurrerende prijs voor een pilsje. Het bier komt voor negentig procent uit flesjes, da's altijd al zo geweest. Recht uit de fles, dat is ook typerend voor deze streek. Bij elkaar zitten en een praatje maken. De meeste gasten kennen elkaar. Geen flauwekul, geen kapsones."

Beetje ruw volk? "Niet voor ons. Vreemden die hier binnenkomen, zullen het wel wat raar vinden zoals de gasten met elkaar omgaan. Alsof ze bonje met elkaar hebben. Maar dat is gewoon een beetje stevig praten en elkaar dollen, met fantasieverhalen. Ik denk zelf ook wel eens: hoe kómen ze erbij, tot ze beginnen te lachen. Het zijn meest buitenmensen, wij zijn een vertrouwde plek voor ze."

Het café zal, ook bij Carlo en Carola, blijven zoals het is. Simpel, recht door zee, de gasten willen geen sjieke tent. "Het is hier geen u, maar jij en gij, met een hoop geintjes en dialect. Dat is onze sfeer, en wij zien geen reden er iets aan te veranderen. Het is zoals onze ouders het hebben neergezet, en dat is gewoon goed."